Een eindeloos opgerekte oude dag

Aad Gooidiep blogt soms over Nederlandse toestanden. Zoveel blijkt al uit dit blog.
En wat uit zijn blog niet blijkt, daarover wil hij blijkbaar niets kwijt.

Tunneltje De Thij, OldenzaalHet is pervers: terwijl de AOW-leeftijd steeds verder omhoog schuift, gaat de ondergrens van de ouderdom steeds verder naar beneden. We zijn steeds jonger ‘oud’.

Het spraakgebruik heeft daarbij een handje geholpen. Toen ‘bejaard’ als beledigend gold en werd vervangen door het eufemisme ‘oudere’ (of ‘senior’) werd het wel erg makkelijk om de grenzen bij te stellen. Want iemand van 56 zal men niet gauw ‘bejaard’ noemen, maar hij/zij wordt klakkeloos tot ‘oudere’ bestempeld.

Tekenend is het cynisme waarmee het Sociaal en Cultureel Planbureau die term hanteert. Voor het SCP is ‘oudere’ synoniem met 55-plusser. In een tweejaarlijks terugkerend Arbeidsvraagpanel informeert het zich bij werkgevers door middel van tendentieuze vragen als: Hoe functioneren 55-plussers in deze organisatie als u dat vergelijkt met werknemers jonger dan 55 jaar? Functioneren zij beter, even goed of slechter dan de jongere werknemers? – Hoe schat u in dat de productiviteit van de 55-plussers in deze organisatie zich verhoudt tot hun loonkosten? Is hun productiviteit hoger, gelijk of lager dan hun loonkosten? – En Er bestaan maatregelen om oudere werknemers beter en prettiger te laten functioneren op hun werk, waarbij de laatste ‘prettige’ optie is:  Teruggang in functie en salaris (demotie).

En dan moet de huidige 55-jarige nog dertien jaar meedoen op de arbeidsmarkt. Wie nu veertig is krijgt misschien pas tegen zijn/haar zeventigste AOW. Met grote kans op langdurige werkloosheid, want met de kansen op de arbeidsmarkt is het voor de ‘oudere’ slecht gesteld. Mede dankzij dat stempel, ‘oudere’.