Mondrianitis

Aad Gooidiep blogt soms over Nederlandse toestanden. Zoveel blijkt al uit dit blog.
En wat uit zijn blog niet blijkt, daarover wil hij blijkbaar niets kwijt.

Mondrianitis. Schenkkade 50 Den Haag, alias Haagsche Zwaan, met Stijl-beplakking © Aad Gooidiep 2017

Altijd gedacht dat Mondriaan schilderde langs een lineaal. Hoewel het natuurlijk ook afplakband had kunnen zijn. Maar dat is één (nr. 3) van de “vijf mythes” die het Haags Gemeentemuseum wil “ontkrachten”.

Maar wat doet het museum om de mythe van de lineaal te ontzenuwen? — Niets.

“Omdat Mondriaan in zijn abstracte schilderijen voornamelijk geometrische vormen gebruikte, wordt er vaak gedacht dat het een soort trucje of formule is, die Mondriaan keer op keer toepaste. Maar niets is minder waar: Mondriaans schilderijen zijn het resultaat van zijn intuïtie – het is voor hem iedere keer weer opnieuw zoeken naar de juiste compositie en verhoudingen tussen de horizontalen, verticalen, en kleurvlakken.”

Intuïtie of niet, hij zal zijn lijnen niet uit de vrije hand hebben getrokken.

In de plaats van die vijf mythes biedt het museum een andere — de mythe van “de modernste kunstenaar van de twintigste eeuw”.

The rule of the ruler. Ook als Mondriaan geen lineaal gebruikte om zijn lijnen recht te trekken, het probleem blijft wat de verhoudingen ‘juist’ maakt. Op mij komen die rechthoeken over als een neurotische en vergeefse poging om aan de subjectiviteit te ontsnappen. Om een uitdrukking te vinden die ‘correct’ is of ‘zuiver’ volgens een mystieke, pseudomathematische standaard. Gezien Mondriaans geneigdheid tot occultistische en obscurantistische filosofietjes is dat niet onwaarschijnlijk.

Als het werk dat niet is — geen manifestatie van een verborgen waarheid, wat onderscheidt het dan van decoratie, versiering, willekeurige patronen? Dat is nu juist het probleem waar alle vroeg-abstracte kunstenaars zich mee geconfronteerd zagen. Zo’n compositie van lijnen en vlakken laadt makkelijk, te makkelijk, het verwijt op zich alleen nog maar een decoratief patroontje te zijn. Het dilemma van de vroege abstracte kunst: hoe onderscheid je ‘autonome’ abstracte kunst, voorstellingsloze vormen, van ornamentiek?

Schilderen langs een lineaal. Het is onschilderkunstig, tekenwerk eerder, zoals de kunstenaar heeft toegegeven. Het beeld en de techniek zijn strijdig met het medium. Olieverf op doek kan niet de eerste keus zijn wanneer wat je wilt vooral is: strakke lijnen en egale vlakken.

Dan liever plasticfolie. Als onderdeel van haar ietwat hysterisch aandoende pogingen om een meer prominente plaats te veroveren op de touristische kaart heeft de gemeente Den Haag de honderdste verjaardag van De Stijl, en de Mondriaan-tentoonstelling in het Gemeentemuseum, aangegrepen om de stad te laten vermondrianiseren. Rood-geel-blauw-zwarte rechthoeken van plakfolie op het stadhuis en de buurtbibliotheek, in etalages en op kantoorkolossen. Winkeliers kunnen een gratis plaksetje bestellen.

Het blijft wat merkwaardig – het Gemeentmuseum mag dan de grootste Mondriaancollectie ter wereld hebben (dankzij de willekeur van een vroegere directeur), de kunstenaar heeft nooit in Den Haag gewoond.

Een meer navrante ironie is dat de plak-actie haar eigen raison d’être, het artistieke genie van Mondriaan, “ontkracht”. Want wat is dit anders dan een “een formule, die eindeloos toegepast kan worden”?

Wie langs de Utrechtsebaan de stad binnenrijdt zal moeilijk kunnen geloven dat de plaksels op de kantoorgebouwen een “esthetische toetsing” hebben doorstaan van Stijl-experts van het museum.

“How much branding can a dead man take? It’s a total disgrace,” concludeert een Britse recensent. Hij ziet hierin “a travesty, an act of trivialisation, the reduction of the man to a handful of visual tics, visual clichés.”

Alleen — je kunt je afvragen of die trivialisering niet inherent is in de stijl (De Stijl).

Plasticfolie — of glas. En inderdaad ontwierp Theo van Doesburg, de stichter van het tijdschrift De Stijl, ook voor dit medium. Ik zit recht onder een van de glas-in-lood-raampjes waarmee mijn Haagse woning uit 1930 is versierd. Gele en blauwe en kleurloze rechthoekjes gevat in zwart lood. In die tijd waren vrijwel alle huizen van dit soort raamjes voorzien. En dat lijkt het oordeel te bezegelen — decoratief of niet decoratief.