Het pinksterwonder (Handelingen 2)

Niemand weet wat er precies was gebeurd met dominee Jan Overheere. Zo’n twintig jaar lang was hij een onopvallende, niet bijzonder geliefde maar gerespecteerde voorganger geweest in de PKN (Protestante Kerken in Nederland, niet te verwarren met KPN, voorheen PTT, of met de KNP, een vroegere Rooms-Katholieke politieke partij).

Dat veranderde toen hij die pinksterzondag 19 mei op de kansel van de Petruskerk aan zijn preek begon en – à l’impromptu, leek het – een onverwachte draai gaf aan het pinksterverhaal van Handelingen 2, De komst van de Heilige Geest. Nog enigszins verbijsterd vragen de gemeenteleden zich af welke geest er op deze pinksterdag over hem is uitgestort. Of dat de Geest (met hoofdletter) juist toen van hem is geweken.

Zusters en broeders, geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus.

Het feest dat we vandaag vieren is het feest van de grenzenloze verkondiging, voorbij alle taalbarrières. Een succesverhaal! Want sinds die pinksterdag in het jaar 30 of daaromtrent heeft de boodschap zich over alle werelddelen en in bijna alle talen verbreid.

Dat wonder van veeltaligheid, zoals dat de apostelen volgens Handelingen 2 overkwam, was eenmalig. Net als zij toen, sta ik hier nu om ‘de boodschap’ te verkondigen. Maar jullie zien boven mijn hoofd geen vlammetje, en mijn talenkennis is beperkt tot Nederlands, Engels, en Duits; en zonder ze te kunnen spreken, de talen van de Bijbel, Hebreeuws en Grieks. Allemaal dankzij mijn schoolopleiding en studie theologie; daar kwam geen wondertje aan te pas.

Desondanks is het pinksterverhaal een succesverhaal. Meer door noeste arbeid dan door mirakels heeft het christelijk geloof zich over de aardbol verbreid. We kunnen wel stellen dat taalbarrières geen rol spelen wanneer het erom gaat het geloof te delen.

En toch: zijn de barrières niet groter dan ze ooit geweest zijn?

De taal die we spreken is één ding. Dezelfde woorden gebruiken betekent nog niet dat we elkaar begrijpen, of over hetzelfde spreken. Heel wat anders, en veel belangrijker is wat we zien als onomstotelijk waar, wat als waarschijnlijk, wat als mogelijk of onmogelijk. De vooronderstellingen die bepalen hoe we tegen de wereld en het leven aankijken. Ook als we dezelfde taal spreken kan de communicatie jammerlijk falen.

Is het waar wat hier in het boek Handelingen beschreven is? Is het letterlijk waar of moeten we het figuurlijk interpreteren? Is het waar voor eens en altijd of kan iets ooit waar zijn en later niet meer?

De dominee had zijn zakbijbeltje in de hand genomen en keek in een lange pauze de kerk rond. Zijn vragen riepen geen spanning op, en nauwelijks nieuwsgierigheid. Men was domineersretoriek gewend: vragen stellen, een hobbel opwerpen, om er vervolgens met het Woord in de hand triomfantelijk overheen te zweven.

Het begrijpen van een tekst – dat we hebben allemaal geleerd – vergt kennis van de context. En context is meer dan wat er geschreven is; het is ook wat iedereen denkt, de aannames, zekerheden en vermoedens die de woorden een bredere betekenis geven.

Context is ook de bubbel waarin ieder van ons leeft en die soms minder lijkt op een zeepbel dan op een leren voetbal waar geen argument doorheen kan prikken. Een context die van alle andere contexten luchtdicht is afgesloten.

Wat is de boodschap van Pinksteren, en wat is de context? Wat is het dat we vandaag, 19 mei 2024, willen verkondigen?

Kijken we naar de tekst, dan spreekt die eerst wat vaag van ‘Gods grote daden’. Meer concreet wordt de boodschap in de preek die Petrus houdt.

Petrus spreekt van het einde der tijden, Jezus’ opstanding uit de dood, vergeving van zonden, en redding uit ‘dit verdorven mensengeslacht’. “Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.” Hij citeert daar de profeet Joël. En die profetie, stelt Petrus, gaat nu in vervulling.

De context waarin deze woorden geschreven zijn is niet de context waarin wij ze teruglezen. Het ‘einde der tijden’ – we zijn geneigd dat met een korrel zout te nemen: we zijn inmiddels al 2000 jaar verder!

Tegelijkertijd weten we dat de tijden die we gekend hebben tot een einde zijn gekomen. Massa-extinctie, ecocide, oorlog en genocide: wat is er voor toekomst voor ‘dit verdorven mensengeslacht’?

En wie zijn die profeterende dochters en zonen? Zijn het misschien de actievoerders op de A12 en op Schiphol?

Ik blader terug – helemaal terug naar Genesis. Hebben we het over klimaatcrisis en massa-extinctie, dan vinden we daar een toepasselijk verhaal. Een verhaal met happy end – althans voor hen die het in Noachs boot overleefden. Een verhaal dat eindigt met een belofte: nooit meer een zondvloed.

De regen houdt op, en tegen de donkere wolken tekent zich een regenboog af. Een natuurverschijnsel dat je nauwelijks kunt waarnemen zonder het gevoel te hebben dat het een betekenis moet hebben. Het lijkt als symbool geschapen.

Volgens Genesis 9 is de regenboog het teken van het verbond tussen God en de aarde. “Nooit weer zal het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt.” Dat is Gods belofte na de zondvloed.

Intussen is de mensheid bezig haar eigen zondvloed te creëren. Er zullen overlevenden zijn – maar van de soorten levende wezens maar een fractie, dat staat al vast, en van de mensheid niet de rechtschapen Noachs, maar de meest roekeloze profiteurs, zij die de grootste rijkdom weten te vergaren doordat ze de minste scrupules hebben, en die zich moeiteloos verzoenen met een wereld waaruit veel van de natuurlijke rijkdom en schoonheid is verdwenen.

Het ironische is dat de oorzaak daarvan beschreven staat in datzelfde hoofdstuk Genesis 9. Wat staat daar?

“God zegende Noach en zijn zonen, hij zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en bevolk de aarde. De dieren die in het wild leven, de vogels van de hemel, de dieren die op de aardbodem rondkruipen en de vissen van de zee zullen ontzag en angst voor jullie voelen – ze zijn in jullie macht.”

Jullie weten waarschijnlijk dat God dit hier niet voor het eerst zegt: het is een herhaling van het gebod dat hij de eerste mensen gaf, direct na de schepping, volgens Genesis 1: “Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag”.

Dat hebben we gedaan, daar zijn we goed in: het gebod om te procreëren en domineren is in onze genen geprogrammeerd. Ook een succesverhaal, en tegelijkertijd een rampverhaal.  Want waar het toe heeft geleid is overbevolking en roekeloze exploitatie van de natuurlijke wereld. En daardoor: klimaatverandering en ecocide. De nieuwe zondvloed.

Heeft God dat dan niet voorzien? Had Hij niet door dat zijn bevel: “bevolk de aarde en breng haar onder je gezag”, in uiterste consequentie fataal is voor het verbond “met alle levende wezens op aarde”?

Het lijkt erop dat God niet in de gaten had dat zijn signalen tegenstrijdig waren, op de lange termijn. Maar juist van God verwacht je toch langetermijndenken, voorzienigheid?

Heeft God zich vergist? Is wat Hij zei niet meer geldig? Neemt Hij zijn Woord terug? Of had de boodschap die Hij destijds heeft uitgezonden een beperkte houdbaarheid?

“Nooit meer een zondvloed”, zei God. “Na ons de zondvloed”, zei een cynische Franse koning, en dat is nog steeds de lijfspreuk van alle oliekapitalisten. Maar voor ons allemaal vindt de zondvloed nú plaats, en dat geldt voor onze kinderen nog meer. We zitten er middenin.

Wat zou een pinksterwonder zijn? Dat die boodschap door de bubbels heendringt.

Amen.